Het is 07:15 uur.
De zon komt net op boven het festivalterrein. Crew druppelt binnen, leveranciers rijden het veld op. Jij loopt het backstagegebied in, nog half wakker, met maar één doel: koffie. Je drukt op de knop van het koffieapparaat. Niets. Nog een keer. Nog steeds niets.
Je kijkt om je heen en er ligt een wirwar van kabels en haspels, stekkers. Niemand weet precies wat waar vandaan komt. De horeca vraagt of “hun groep” misschien al aanstaat. Het podium meldt dat ze net iets hebben bijgezet. De lichtman denkt dat het “waarschijnlijk een fase is”.
Iemand roept: “Volgens mij zit de foodtruck ook op deze groep!” En dan begint het.
Zoeken. Trekkers eruit. Stekkers verplaatsen. Discussie over wie wat heeft aangesloten.
Ondertussen tikt de klok door. Leveranciers wachten. Artiesten komen straks voor soundcheck. De stress loopt op en het festival moet nog beginnen.
Dit is wat er gebeurt als stroomvoorziening een bijzaak is.
Geen duidelijk stroomplan. Niet de juiste materialen. Geen overzicht. Geen verantwoordelijkheid.
En geloof me: op een festival wil je maar één ding dat absoluut géén drama oplevert.
Stroom.


















